Als je bestanden aanlevert aan je ontwerper, bijvoorbeeld voor het maken van een visitekaartje, dan wil je dat hij daar wat moois mee kan maken. Toch gebeurt het vaak dat ontwerpers aan hun klanten vragen om bijvoorbeeld het logo nog een keer op te sturen, in en ander bestandsformaat. In plaats van een jpeg-bestand wil de ontwerper dan een eps-bestand hebben. Het verschil daartussen? Pixels en vectoren. In deze blog leg ik uit wat dat zijn en waarom het belangrijk is om het verschil te kennen.

Pixels en megapixels

Als je een foto neemt met een digitale camera, dan wordt deze meestal opgeslagen als jpeg-bestand. Om het beeld van de foto op te bouwen, worden talloze vierkantjes gebruikt die als een borduurwerkje het beeld van de foto maken. Waarschijnlijk ken je het begrip ‘megapixels’ wel. Je telefoon heeft bijvoorbeeld een camera van 6 megapixels. Dat betekent dat er 6 miljoen pixels / beeldpunten / vierkantjes in de foto’s zitten die je met deze camera maakt. Dat kan je zelf checken, want foto’s uit die camera zullen een verhouding van grofweg 2000 bij 3000 pixels hebben. 2.000 × 3.000 = 6.000.000.

Maak het niet groter dan het al is …

Eerder schreef ik al eens over dpi en wat dat voor gevolgen heeft voor het formaat van je afbeeldingen. Een foto van 6 megapixels kan daardoor tot ongeveer A4-formaat scherp afgedrukt worden. Ga je het groter gebruiken, dan worden de afzonderlijke pixels steeds meer zichtbaar. Je kunt die 6 miljoen pixels namelijk niet opeens verveelvoudigen. Eigenlijk zou je de foto dan opnieuw moeten kunnen nemen met een camera die meer megapixels heeft. De computer kan niet gaan verzinnen hoe de foto eruit zou zien als deze twee keer zo groot zou zijn. Denk maar aan het borduurwerkje. Als je alleen weet hoe het er met steekjes van 3 bij 3 millimeter uit ziet, dan kan je enkel de steekjes groter maken – bijvoorbeeld 6 bij 6 millimeter – niet steken erbij verzinnen.

Maar CSI dan?

Ja, op CSI kunnen ze inderdaad eindeloos inzoomen op de meest slechte bewakingscamerabeelden. In het echt kunnen we dat ook wel enigszins, maar je zal in het meest gunstige geval niet verder komen dan 50% meer beeld. En dan moet alles meezitten.

Waarom kan het met een eps-bestand dan wel?

Eps-bestanden werken niet met pixels, maar met vectoren. Een vector is een wiskundige formule die bijvoorbeeld een lijn beschrijft tussen twee punten en hoe deze eventueel kromt. Je kunt het een klein beetje zien als een elastiekje dat aan twee punten vastgemaakt zit en waar tegenaan geduwt wordt. Het elastiekje zal daardoor niet meer in een rechte lijn, maar in een kromming gaan. Een computerbestand dat vectoren gebruikt, slaat de beeldinformatie dus enkel op door aan te geven waar punten zich in de ruimte bevinden en met hoeveel ‘kracht’ er aan getrokken wordt om ze een bepaalde kromming te geven. Doordat dit wiskundige formules zijn, kan je het wél uitvergroten tot elk denkbaar formaat.

Welke bestanden werken met vectoren?

Bestanden die met vectoren kunnen werken zijn o.a.:

  • eps
  • svg
  • pdf
  • lettertypebestanden zoals ttf, otf en woff (daarom zien lettertypes er altijd scherp uit op je scherm)

Dat is overigens geen garantie. Eps en pdf kunnen bijvoorbeeld ook pixels bevatten.

Wat kan ik nu met deze info?

Het is belangrijk om te weten dat bijvoorbeeld je logo opgeslagen kan worden als vectorbestand, maar ook als pixelbestand. Als je logo een jpeg-, png-, tiff- of gif-bestand is, bestaat het áltijd uit pixels en kan het dus nooit groter worden gemaakt dan het al is. Heb je echter een eps-, svg- of pdf-bestand gekregen van je logo-ontwerper? Dan kan je er min of meer vanuit gaan dat het gaat om een vectorbestand. De ontwerper die met je visitekaartje aan de slag gaat, kan je logo dan zo groot gebruiken als hij maar wil. Nou ja, voor zover het op het visitekaartje past dan …

Sommige onderwerpen waarover ik schrijf zijn erg technisch, zoals deze blogpost. Zou je me willen laten weten of ik het duidelijk heb uitgelegd? Dan kan ik mijn toekomstige blogs zo helder mogelijk maken!