Een logo kan een hoop geld kosten. Dan wil je dus ook dat dat geld goed besteed is. Dat je niet na een jaar alweer een ontwerper aan het werk moet zetten om je logo aan te passen en je dus weer in de buidel moet tasten. Maar hoe weet je als gewone sterveling waar een toekomstbestendig logo aan voldoet? Vergeet het ene jpeg-bestandje dan je van je ontwerper hebt gekregen. Je hebt veel meer nodig. Ik heb het hieronder voor je op een rijtje gezet. Het is een wat langere blogpost dan gebruikelijk, maar het is zeker de moeite waard om er eens in te duiken.

Vectoren

Dit is het allerbelangrijkst (daarom staat het ook als eerste) en meteen ook het punt dat vaak mis gaat bij goedkopere ontwerpers. Ik leg zo uit wat vectoren precies zijn, maar laat ik beginnen met uitleggen waarom je een vectorversie van je logo wilt hebben.

Een logo is een soort stempel dat je op van alles en nog wat moet kunnen plakken. Dat kunnen kleine dingen zijn, zoals een pen of de bovenkant van een website, of hele grote, zoals een vrachtwagen of billboard. Dat betekent dat je logo ook supergroot gemaakt moet kunnen worden. Kan dat niet – omdat je logo gewoonweg niet groter is – dan moet het logo ‘opgeblazen’ worden en wordt het korrelig of onscherp. Niet mooi en dus geen goed visitekaartje voor je bedrijf.

Pixelbestanden

Nou zijn er twee soorten afbeeldingsbestanden: vectorbestanden en pixelbestanden. Pixelbestanden kennen we allemaal. Denk maar aan jpeg-, gif- of png-bestanden. Foto’s worden bijvoorbeeld vaak opgeslagen als jpeg-bestand. Zo’n pixelbestand bevat pixels (je had het kunnen raden …). Een pixel kun je vergelijken met een steekje uit een borduurwerk. Doordat je heel veel steekjes bij elkaar hebt in verschillende kleuren, zie je een afbeelding. Kijk je van veraf, dan zie je de steekjes niet, maar alleen de afbeelding. Kijk je van dichtbij dan zie je duidelijk de steekjes zitten.

Zo is het ook met pixels. Zoom je heel erg in (bijvoorbeeld omdat je de afbeelding groter moet maken dan dat hij is), dan worden de pixels duidelijk zichtbaar. Dat is niet mooi en wil je dus voorkomen.

Vectorbestanden

Daarom zijn vectorbestanden bedacht. Vectoren zijn wiskundige formules. Met die formules wordt bijvoorbeeld aangegeven dat ergens een cirkel staat, of een lijn of een rechthoek. Ook kunnen dingen zoals (vul)kleur en lijndikte erbij vermeld worden.

Zoals je een recept kunt vermenigvuldigen al naar gelang je voor meer of minder mensen kookt, zo kan een vectorbestand door de computer opgeschaald worden al naar gelang het beeldformaat dat nodig is. Op die manier genereert de computer de pixels naar behoefte en heb je altijd een scherpe afbeelding.

Vectorbestanden herkennen

Een logo kan dus als vectorbestand worden opgeslagen. Vectorbestanden kunnen o.a. de volgende bestandsformaten hebben:

  • .svg: wordt veel gebruikt op bijvoorbeeld websites.
  • .eps: dit is het meest gebruikelijke formaat om logo’s in aan te leveren. Let wel op, want een eps-bestand kan ook pixels bevatten en kan dus ook alleen maar pixels (en dus geen vectoren) bevatten. Dus check altijd even met je ontwerper of het écht vectoren bevat.
  • .ai: dit is een Illustrator-bestand. Adobe Illustrator is een veelgebruikt programma onder ontwerpers om logo’s mee te maken. Om zo’n bestand te openen moet je dus Adobe Illustrator hebben en dat moet dan ook nog eens dezelfde versie van het programma zijn (of nieuwer) als waarin het bestand is aangemaakt. Het is daardoor niet ontzettend handig om een logo mee aan te leveren.
  • .pdf: pdf-bestanden ken je waarschijnlijk al. Je kunt er van alles in stoppen, waaronder vectoren. Hiervoor geldt dus ook dat je even moet checken of er niet stiekem een pixel-versie van je logo in zit.

Png-bestanden

Een voordeel van vectorbestanden is dat ze meestal een transparante achtergrond hebben. Je kunt ze dus makkelijk ergens overheen zetten, zonder dat er een wit vlak achter je logo komt te staan. Datzelfde voordeel is mogelijk met png-bestanden. In tegenstelling tot jpeg-bestanden kun je een png namelijk transparantie meegeven.

Doe je veel zelf, bijvoorbeeld het maken van afbeeldingen voor social media, dan zijn png-bestanden een uitkomst. Je kunt je logo dan makkelijk zelf ergens overheen zetten. Let wel op dat het png-bestand genoeg pixels bevat voor het gewenste formaat, anders moet je het ‘opblazen’ en wordt het alsnog onscherp of korrelig.

Verschillende kleursystemen

Kleuren kunnen op verschillende manieren opgebouwd worden. Daar zijn in de loop der tijd verschillende kleursystemen voor ontwikkeld. Voor drukwerk heb je een ander kleursysteem nodig dan voor beeldschermen.

De volgende kleursystemen zijn cruciaal:

  • CMYK: dit staat voor Cyan (cyaan, een soort helderblauw), Magenta (knalroze), Yellow (geel) en Key (een soort zwart). Dit zijn de vier kleuren waar drukwerk mee wordt opgebouwd.
  • RGB: dit staat voor Red (rood), Green (groen) en Blue (blauw). Dit zijn de drie kleuren waar kleuren op je beeldscherm mee worden opgebouwd.

En dit is een mooie bonus:

  • PMS: dit staat voor Pantone Matching System, een uitvinding van het bedrijf Pantone. In tegenstelling tot CMYK en RGB, waarbij kleuren worden opgebouwd uit vier of drie losse kleuren, zijn PMS-kleuren unieke kleuren. Het werkt hetzelfde als een kleurenwaaier in de verfwinkel. Je kiest een kleur uit en met die kleur kan gedrukt worden. Het grote voordeel is dat je mooie, egale en krachtige kleuren krijgt. Bovendien weet je altijd zeker dat het exact dezelfde kleur is. Bij CMYK is er altijd een kleine foutmarge. De ene keer kan het een fractie blauwer zijn dan de ander keer, bijvoorbeeld.
    Nog een verschil is dat er geen drukraster is. Als je bij CMYK-drukwerk met een loep kijkt, zie je altijd kleine ‘inktpuntjes’ in de vier drukkleuren. Doordat ze zo klein zijn, vermengd ons oog ze en zie je één kleur. Afhankelijk van de grootte van de puntjes (het ‘raster’) kan het zijn dat je het met het blote oog ook een beetje kunt zien en dat is natuurlijk net iets minder mooi.

Van de kleurenversie(s) van je logo wil je dus in ieder geval een CMYK-bestand en een RGB-bestand hebben. Als er in je huisstijl PMS-kleuren worden gebruikt, dan wil je ook een PMS-bestand.

Variant voor zwart-wit

Je zult je logo niet altijd in kleur gebruiken. Soms moet het in zwart-wit. Denk bijvoorbeeld aan een advertentie in een krant of een doordrukvel van een bestelformulier. Dan wil je dat je logo alsnog zo goed mogelijk uit de verf komt.

Natuurlijk kan je een kleurenversie van je logo gewoon omzetten naar zwart-wit. Dan loop je alleen wel het risico dat bepaalde contrasten die in je logo zitten, niet meer goed naar voren komen. Het logo kan er dan opeens heel anders uit gaan zien. Daarom is het goed als je ontwerper van tevoren heeft nagedacht over hoe je logo eruitziet in zwart-wit. Er kunnen dan kleine optische aanpassingen gedaan worden om te zorgen dat het originele beeld zoveel mogelijk overeind blijft. Bijvoorbeeld door twee kleurvlakken (die dan dus grijs of zwart worden) van elkaar te scheiden met een witte lijn. Dan klonteren ze niet samen.

Zwart of grijswaarden?

En dan heb je ook nog een verschil tussen zwart en grijswaarden. Bij een afbeelding in grijswaarden heb je wit, zwart en daartussenin nog allerlei tinten grijs. Bij een afbeelding in zwart heb je alleen zwart en – als de achtergrond niet transparant is – wit. Er zijn soms gevallen dat je logo echt alleen in zwart weergegeven kan worden. Of dat het niet mooi is als het in grijstinten gedrukt wordt. Dan is het fijn als je kunt uitvallen naar een volledig uit zwart opgebouwd logo.

Bovendien kan zo’n zwarte versie ook gebruikt worden door bijvoorbeeld partners of andere zakelijke relaties. Dan laten ze jouw logo zien, maar gebruiken ze hun eigen huisstijlkleuren. Zo kunnen ze het zwarte logo omzetten naar – bijvoorbeeld – paars, zodat het niet vreemd afsteekt tegen de rest van hun huisstijl. Dit principe zie je vaak terug met sponsors onderaan posters. Moet je maar eens een keertje op letten. Alle logo’s worden dan in één kleur weergegeven.

Variant voor op donkere achtergrond

Een logo wordt in de eerste plaats ontworpen om op een witte (of op zijn minst lichte) achtergrond weer te geven. Maar er zijn natuurlijk ook situaties denkbaar waarbij je je logo op een donkere achtergrond wilt zetten. Bijvoorbeeld als je je logo in de footer van je website wilt zetten. Footers zijn vaak donker van kleur, dus dan zou er weinig meer heel blijven van je logo als je de gewone versie pakt.

Daarom wil je een versie hebben voor donkere achtergronden. Er zijn dan twee opties:

  • Zogeheten diapositief: het logo is volledig wit. Dit kan gewoonweg de zwarte versie van het logo zijn die wit gemaakt is, maar in sommige gevallen werkt dat niet. Als je bijvoorbeeld een beeltenis hebt met licht en donker erin om een bepaalde dieptewerking te creëren, dan kun je dat niet zomaar omdraaien. De dieptewerking draait dan namelijk ook om. In dat geval zal dus een speciale versie van het logo gemaakt moeten worden die wél in het wit werkt.
  • Een aangepaste kleurenversie die op donkere achtergronden nog steeds een goed ‘leesbaar’ beeld geeft.

Beeldmerk en slogan

Het woord Logo betekent ‘woordmerk’. Het is officieel puur tekstueel. Denk bijvoorbeeld aan de letters Dove in het logo van Dove. Vaak wordt de term echter ook gebruikt voor meer dan alleen het woordmerk en hoort ook het ‘beeldmerk’ erbij. Bij Dove is dit de gestileerde duif.

Als je een logo hebt waar een beeldmerk bij zit, dan wil je dit beeldmerk ook los kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld als icoontje van je webpagina. Die zien mensen dan in hun tabblad staan. Daarom is het belangrijk dat het beeldmerk ook los geleverd wordt, zodat je die optie hebt.

Ook kan je logo een slogan eronder hebben. In mijn geval staat onder mijn logo soms de tekst ‘Visuele communicatie’. Ik heb dus twee versies van het logo. Eentje mét de slogan en eentje zonder. Dat kan handig zijn, omdat je soms een wat eenvoudiger logo wilt weergeven en soms heel volledig wilt zijn.

Heb je dit allemaal direct nodig?

En dan nu de hamvraag: heb je dit allemaal vandaag nog nodig? Dat hangt ervan af. Waar ligt je grootste uitdaging? AIs dat is dat je onvoldoende nieuwe klanten binnenkrijgt, dan gaat een logo je daar niet bij helpen. Focus in plaats daarvan op je marketing. Zorg dat je een website hebt die jou klanten oplevert, die je mailinglijst laat groeien en die jou neerzet als de expert. Pas als je dat goed op de rit hebt, ben je toe aan een uitgebreid logo.

Wil je toch per se al een logo? Zorg dan dat je er niet te veel geld aan spendeert. Hou het simpel en hou in je achterhoofd dat je binnen 1 à 2 jaar een nieuw logo laat ontwerpen. In  alle verschillende varianten, zodat je met een gerust hart de toekomst tegemoet kunt treden.

Deze blogpost was erg technisch, maar ik hoop dat ik het goed in lekentaal heb weten uit te leggen. Zou je me hieronder in een reactie willen laten weten of ik daarin geslaagd ben? En vond je de post te lang? Of was het juist fijn om veel info te krijgen? Je zou met superblij maken met die feedback, want dan kan ik je de volgende keer nog beter helpen in mijn blogs.

Hoe kom je aan meer klanten?

Klanten werven begint met een eerste stapje: je gratis e-book, zodat je je mailinglijst kunt laten groeien.

Weet je niet:

  • Waar te beginnen?
  • Hoe je dit moet aanbieden?
  • Hoe je zorgt dat zoveel mogelijk mensen het downloaden?

Dat snap ik. Daarom geef ik gratis* de training ‘Klanten met je e-book’.

Klik hier om je aan te melden: http://www.e-bookhulp.nl/gratis-training

Doe het nu direct, want er zijn maar beperkt plekken beschikbaar.

Ik hoop je gauw te zien!

Kamiel

*) Bijna gratis. De training zelf kost je niets, je betaalt alleen € 17 als vergoeding voor de zaalhuur en koffie en thee. Maar mijn waardevolle tijd, inclusief al mijn kennis en expertise krijg je cadeau. Goeie deal, toch?